De Zalen

Terug naar de tentoonstelling

Zaal 1

800 jaar geleden…

In november 1200 werd voor het eerst schriftelijk melding gemaakt van een Van Wassenaer. Dit vormde de aanleiding voor het organiseren van deze tentoonstelling.

800 jaar familiegeschiedenis Van Wassenaer met z’n ups en z’n downs, maar met in elk geval één constante: de zorg voor het bezit. Afgezien van persoonlijk talent was een goed beheer van oud en het verwerven van nieuw bezit mede afhankelijk van een adellijke afkomst en de daarbij behorende rechten. Ook speelden het bekleden van hoge functies – die leverden macht en status op – en een uitgekiende huwelijksstrategie om een goede partner te vinden voor met name de oudste zoon een belangrijke rol. De tentoonstelling laat het u allemaal zien en beleven. .

Afkomst

Hoe ouder het geslacht, hoe groter het prestige. Zo wisten genealogen in de zestiende eeuw op onnavolgbare wijze de Van Wassenaers af te laten stammen van Bataafse koningen uit de Romeinse tijd (de eerste eeuwen na Christus)!

Zo oud zijn de Van Wassenaers nu ook weer niet. De eerste vermelding van een telg uit deze familie dateert van 3 november 1200. Deze Philips van Wassenaer moet toen al tot de adel behoord hebben, want hij wordt als getuige genoemd bij de sluiting van een verdrag tussen graaf Dirk VII van Holland en de hertog van Brabant. Of Philips’ vader zich ook al Van Wassenaer noemde, is niet waarschijnlijk. De naam gaat terug op de burcht die werd gesticht in Wassenaar, ter hoogte van het huidige Burchtplein.

 Adellijke afkomst en bezit zijn aan elkaar gerelateerd. Wie tot de adel behoorde werd geacht uitgebreide bezittingen te hebben, of omgekeerd: wie zijn bezit verloor, kon ook zijn adellijke positie kwijtraken.

 

 

Jan II van Wassenaer
(1483 - 1523)


Koelvat, geschonken bij de doop van Jacob Jan Brilanus van Wassenaer Duivenvoorde.

Zaal 2

Bezittingen

Adellijke afkomst en hoge maatschappelijke posities maakten het de Van Wassenaers mogelijk in het bezit te komen van tal van onroerende goederen als landerijen, huizen en kastelen, en roerende goederen als schilderijen, porselein, meubilair en andere huisraad. Deze werden verworven door (grafelijke) schenkingen, aankoop of via huwelijken. 

Ook lieten verschillende Van Wassenaers nieuwe huizen bouwen, zoals het Huis Rosenburg in Voorschoten en het stadspaleis in de hoek van de Kneuterdijk in Den Haag. In de zeventiende en achttiende eeuw werden diverse onderkomens verbouwd en uitgebreid tot voorname landhuizen en vond vergroting en verfraaiing van de tuinen plaats.

Johan Hendrik van Wassenaer Obdam bracht in de eerste helft van de achttiende eeuw een fantastische verzameling bijeen van schilderijen (waaronder elf Rembrandts), tekeningen, boeken, kunstvoorwerpen en rariteiten, die hij onderbracht in zijn huis aan de Kneuterdijk. Na zijn dood werd de verzameling helaas geveild.

Zaal 3

Huwelijksstrategie en erfopvolgers

Bij de adel – en dus ook bij de Van Wassenaers – stond voortzetting van het geslacht en   daarmee het behoud en liefst ook de uitbreiding van het familiebezit voorop. De oudste zoon speelde daarin een cruciale rol. Als erfopvolger kreeg hij na de dood van zijn vader een groot deel van het familiebezit. En hij moest op zijn beurt zorgen voor een nieuwe erfopvolger. Het vinden van een geschikte huwelijkspartner was dan ook geen persoonlijke keuze, maar een zaak van de familie.

Lange tijd trouwde adel met adel. De hoogte van afkomst, maatschappelijke positie en rijkdom van de familie van het meisje bepaalden in de eerste plaats of er een alliantie kon worden aangegaan, hoewel men ook wel besefte dat wederzijdse genegenheid kon bijdragen aan een succesvol huwelijk.

Behalve het zozeer gewenste nageslacht, bracht het meisje ook bezit in. Zeker als het een erfdochter betrof, kon dat aanzienlijk zijn. Zo kwam door het huwelijk van Jacob van Wassenaer Obdam met Adriana Sophia van Raesfelt kasteel Twickel met al zijn land en goederen in bezit van de familie van Wassenaer. Maar owee als er geen erfopvolger kwam, maar alleen dochters, dan stierf de familie uit en kwam het familiebezit via de oudste (=erf) dochter aan de familie die haar trouwde.

 

 

Willem baron van Wassenaer
(1712 - 1783)

Zaal 4

Continuïteit en verandering

In 1795 vielen Franse troepen ons land binnen. De oude regering werd opzij gezet en een nieuwe staatkundige organisatie in het leven geroepen. De erfelijke rechten van de adel werden afgeschaft. Eerst na het herstel van de onafhankelijkheid in 1813 herkreeg de adel bescheiden rechten. Koning Willem I ging er bovendien toe over voorname families in de adelstand te verheffen om het door uitsterving sterk geslonken aantal adellijke geslachten weer op peil te brengen. Oude en nieuw gecreëerde adel werden georganiseerd in provinciale ridderschappen en kregen zitting in de Eerste Kamer; ook in de Tweede Kamer waren veel leden van adel.

De invoering van de liberale Grondwet van Thorbecke in 1848 maakte definitief een einde aan de rechten van de adel. Wat restte was het recht van het voeren van de bij de naam behorende titel.

Hoewel de Van Wassenaers geen rechten meer konden ontlenen aan hun afkomst, bleven zij hoge maatschappelijke posities bekleden. Ook bleef de continuïteit gehandhaafd in bijvoorbeeld hun deelname in het bestuur van het hoogheemraadschap en de Ridderlijke Duitsche Orde.

800 jaar later…

De democratisering van onze samenleving in met name de tweede helft van de twintigste eeuw heeft de maatschappelijke verschillen op basis van afkomst verkleind. Adel trouwt allang niet meer uitsluitend met adel.Veel bezit is afgestoten of heeft zijn privé karakter verloren. Zo werd het huis op landgoed Hoekelum, dat in 1819 door een huwelijk in de familie Van Wassenaer kwam, kort na de Tweede Wereldoorlog in gebruik genomen als Luthers Buitencentrum.

Dit doet de vraag rijzen: ‘Bestaat de adel nog als elitegroep?’ In elk geval blijkt uit recent onderzoek dat de traditioneel grotere kans van iemand van adel om een elitepositie te bereiken in de loop van de twintigste eeuw nauwelijks is verminderd. De adel spreekt ook nog steeds tot de verbeelding. De opmerking ‘Die is van adel’ levert altijd een reactie op, positief of negatief. Het waarom hiervan is niet eenvoudig te duiden. Komt het misschien door de wetenschap dat het niet alleen om de betreffende persoon gaat, maar om iemand die telg is uit een oud adellijk geslacht, iemand die wij bewust of onbewust vereenzelvigen met zijn roemruchte familiegeschiedenis?

 

Godfried Hendrik Leonard baron van Wassenaer van Catwijck (1894-1954)