Historie Duivenvoorde en Van Wassenaer

 

 

 



Hoofdingang op het voorplein. Zandstenen poort uit 1631, met daarin opgenomen het gecombineerde wapen van Van Wassenaer en Van Scherpenzeel en erboven een gevelsteen uit 1717

Kaart uit 17e eeuw waarop Duivenvoorde, Raaphorst, Wassenaer en Percijn goed te zien zijn

Portret van Arent IX van Wassenaer met zijn echtgenote Anna Margaretha Bentinck en hun zoontje Jacob Jan Brillanus, door Theodoor Netscher (Marotzaal)

 

Portret van Arent VIII van Wassenaer met echtgenote Anna Margaretha van Scherpenzeel en hun zoontje Jacob, gesigneerd Gerard van Honthorst, 1650 (Marotzaaal)

 

Vroeg achttiende-eeuws pistool, gesigneerd Penterman, Utrecht (sterkabinet Overloop)

En van de paar zilveren vuurblokken met het alliantiewapen Van Wassenaer-Bentinck, meesteken A.M. (mogelijk Arthur Manwaring), Londen, omstreeks 1697

 

 

 

 

 Terug naar index

De oudst bekende eigenaar van het kasteel - vermeld in een akte over Duivenvoorde van 1226 - was Philips van Wassenaer. Zijn zoon Arent (I) zou als eerste de achternaam "Van Duivenvoorde" voeren. Rond 1600 wordt de oude familienaam Van Wassenaer weer aangenomen. De voornaam "Arent" is ook daarna tot op de dag van vandaag nog gebruikt. Ten tijde van Arents zoon Floris en kleinzoon Arent II is de schildmuur om het kasteel gebouwd. Achterkleinzoon Arent III werd rond 1343 tot ridder geslagen.

Omstreeks 1345 begonnen de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De Hoekse "Arent" werd door de overwinnende kabeljauwen verbannen. Tijdens het leven van Jan I en zijn zoon Arent V werd het kasteel verder uitgebreid. Arent's zoon Jan II werd Hoogheemraad van Rijnland (zie zijn hieronder afgebeelde schilderij in het voorhuis). Diens zoon Arent VI was hoveling aan het hof van keizer Karel V en evenals zijn vader Hoogheemraad van Rijnland. Hij had geen kinderen en zijn broer Adriaan erfde Duivenvoorde. Adriaan was een hooggeplaats katholiek geestelijke en het is vermoedelijk aan zijn kerkelijke positie te danken, dat Duivenvoorde niet heeft geleden onder de Spaanse troepen die Leiden in 1570-1572 belegerden. Adriaan vermaakte Duivenvoorde aan de zoon van zijn vroeggestorven broer Jan. Deze Arent VI van Duivenvoorde kreeg de bijnaam "de Watergeus". Hij had in 1566 het smeekschrift der Edelen dat aan de landvoogdes Margaretha van Parma werd aangeboden, mede ondertekend en moest daarom naar het buitenland vluchten. Daar sloot hij zich aan bij de watergeuzen. Het was Johan van Wassenaer ende Duivenvoirde, zoon van de Watergeus, die de grote verbouwing van 1631 liet uitvoeren. Hij had zitting in de Staten van Holland, werd Hoogheemraad van Rijnland en curator van de Leidse Universiteit en hij maakte van zijn voorouderlijk, nog geheel middeleeuwse slot, een gerieflijke woning. In 1614/1615 kocht hij de heerlijkheid Voorschoten en Veur en in 1624 liet hij in Den Haag op de hoek van Kneuterdijk en Lange Voorhout een huis neerzetten (het huidige MeesPierson kantoor). Ook heeft hij het "Haagsche Schouw" bij Leiden laten bouwen. Vroeger heette dit veerhuis bij de Rijn dan ook het "Duivenvoordsche Schouw". Johan's zoon Arent VIII voerde als eerste de titel baron en diens zoon Jacob, gehuwd met de zeer gefortuneerde Jacoba van Liere, werd gezant aan het Engelse hof. Zijn zoon Arent IX - voorlopig de laatste afstammeling van deze naam - was getrouwd met Anne Margaretha Bentinck. Zij was de dochter van Hans Willem Bentinck, goede vriend en raadgever van Koning-Stadhouder Willem III. Arent maakte in 1688 de tocht van Willem III naar Engeland mee en later werd hij net als zijn vader gezant aan het Engelse hof. Zoals blijkt uit de gevelsteen boven de voordeur heeft hij in 1717 Duivenvoorde "hersteld en vergroot en met tuinen versierd". Deze Arent van Wassenaer stierf in 1721.

 

Voorhuis van Duivenvoorde, met aan de muur aan portret ten voeten uit van Jan II van Wassenaer, baanderheer van Wassenaer en Burggraaf van Leiden, in harnas. Twee kogels, n die hem in Padua verwondde en n die zijn dood in Sloten veroorzaakte, zijn op het schilderij afgebeeld.

Portret van de vijf oudste kinderen van het echtpaar Van Wassenaer-Van Liere, omstreeks 1677; v.l.n.r. Jan-Gerrit, Arent, Willem, Anna Maria en Jacob Emmery (voorhuis)

 

Familieportret van Johan van Wassenaer met zijn zuster Theodora, zijn beide overleden echtgenotes en zijn eveneens overleden ouders. Gesigneerd Jan Mijtens en gedateerd 1643 (schoorsteenmantel Turkse kamer)