
schilder: Cornelis Jansz. Van Ceulen (1593–1661)
Willem van Liere 1620–1654
heer van Oosterwijk
heer van de beide Catwijcken en het Sant
lid van de ridderschap van Holland
gecommitteerde bij de Admiraliteit van Amsterdam
In het zuiden van de provincie Holland bevond zich, dicht bij Leerdam, het kasteel Oosterwijk, bezit van de familie Van Liere. Daar groeide Willem vermoedelijk op terwijl zijn vader veel op reis was. Deze was ambassadeur in Frankrijk en bij de Doge van Venetië.
Willem heeft gediend in Venetië als kapitein van een Hollandse compagnie in dienst van de Doge. Wanneer dat precies was weten we niet.
De Van Lieres waren rijk en toen Willems vader in 1649 was gestorven, kwam diens grote vermogen en de heerlijkheid Oosterwijk in Willems handen.
Willem werd na de dood van zijn vader lid van de Hollandse ridderschap en vanwege die ridderschap gecommitteerde bij de Admiraliteit van Amsterdam.
Willem was verloofd met een zekere Cornelia van Raephorst. Om de een of andere reden wilde haar vader niet dat zij met Willem zou trouwen en probeerde hij dit huwelijk uit alle macht tegen te houden. Zij vluchtte in augustus 1649 naar Willem toe om in Oosterwijk in het geheim met hem te trouwen.
Haar vader werd krankzinnig van woede. De huwelijkse voorwaarden waren al gemaakt maar zij werd ziek en stierf net voordat de bruiloft zou plaatsvinden. Zij maakte een roerend testament waarbij alles wat ze bezat aan haar bruidegom vermaakt werd, zonder hem daarbij enige verplichting op te leggen hoe het te besteden.
Twee jaar later vond Willem een nieuwe bruid, Maria van Reigersberg uit Zeeland, met wie hij in 1651 in het huwelijk trad. Het bruidspaar liet ter ere van hun huwelijk prachtige portretten schilderen door C. Jansz van Ceulen (1593–1661). Deze was in Engeland geboren en in 1643 naar Middelburg verhuisd. Vanaf 1646 woonde en werkte hij echter in Amsterdam. Mogelijk hebben Willem en Maria hem daar leren kennen.
Toen begin 1654 de hoge heerlijkheid van de beide Catwijken en het Sant te koop werd aangeboden was Willem de hoogste bieder.
Voor 110.000 Vlaamse ponden, een bedrag ongeveer gelijk aan 15 miljoen euro’s, werd hij eigenaar van:
– De hooge heerlijckheyt van beyde de Katwijcken op Zee ende op Rhijn
– De ambochts heerlijckheyt der selver
– Het pont gelt vanden Zeevanck mt den Hofvis/als oock het Harinc-pontgelt ende tollen aldaer/ mitsgaders het baenschot tot Catwijck op Rhijn
– De Hooge Heerlijckheyt van Sant/ bestaende in hooge/ lage ende middel Jurisdictien/ Item een hoffstede met ontrent achtentwintich mergen Lants/ genaemt ’t huys ’t Sant ende ettelijcke erffrenten inde selve Heerlijckheyt.1)
Maria en Willem hadden intussen twee kinderen gekregen, Willem (1652–1706) en Jacoba (1653–1693). In Catwijck hadden de mensen sinds de dood van Jan II van Wassenaer in 1523 geen heer meer gezien. Willem en Maria besloten om er te gaan wonen op de hofstede op ’t Sant.
Willem werd daar echter ziek en stierf in 1655, 35 jaar oud.
Niet lang heeft hij heer van de beide Catwijcken en het Sant kunnen zijn en toch is hij misschien de bekendste van allen geworden.
In de kerk van Katwijk aan de Rijn heeft Maria een monument voor hem laten maken door de beeldhouwer Rombout Verhulst (1624–1698) dat in die tijd zijn weerga niet kende en dat thans een rijksmonument is.
Willem ligt daar in harnas in vol ornaat terwijl zij in een nachtkleed naast hem ligt en in de verte kijkt.
Onder dit monument liet zij een grafkelder maken waarin hij werd neergelegd.
De dichter J.W. Schulte Nordholt zag het monument in 1973.
Het inspireerde hem tot dit gedicht:
‘Wat liggen zij daar zoet en stil,
een man die niets dan slapen wil,
een vrouw die wat zij wil verhult
en uitziet met een dwars geduld
over de moede slaper heen
in’t lege niets, voorgoed alleen,
voorgoed met deze dode saam,
een marmren man, een marmren naam.
Doorschijnend steen verbindt en scheidt
hen nu in alle eeuwigheid’.2)
NOTEN
1 Janse 2006: 25
2 Schulte Nordholt 1989: 148