
schilder: N.W.J. De Roode (1814–1884)
nageschilderd van een portret van Evert Crijnsz van der Maes (1577–1647)
Maria van Voorst 1574–1610
Maria was de dochter van Frederik van Voorst van Doorwerth, raad in het Hof van Gelre, rechter in Nijmegen en van Machteld Sasbout van Spaland.
Toen Maria drie jaar was stierf haar vader. Haar moeder trok toen met Maria bij haar vader in, Arnold Sasbout, die in die tijd in Antwerpen woonde.
Mr. Arnold Sasbout, streng katholiek, was in die tijd president van de Geheime Raad te Brussel. De Geheime Raad, belast met het opstellen van teksten voor de centrale wetten en de controle op de naleving daarvan, was door Karel V in 1531 opgericht.
Arnold was een groot tegenstander van de hervorming en heeft zeker de vervolgingen van de protestanten en dopers goedgekeurd.
Hij bezat een groot fortuin.
In 1581 trokken grootvader, dochter en kleinkind naar Den Haag waar Sasbout een huis aan het Lange Voorhout 9 bezat. Arnold Sasbout overleed in 1584 en toen ook Maria’s moeder in 1588 gestorven was, kwamen haar tante Liedewij Sasbout en Jacob van Scherpenzeel, haar man, naar Den Haag naar het Lange Voorhout om voor Maria te zorgen.
Deze Jacob van Scherpenzeel was een oom van Johan van Wassenaer. Johans moeder, Theodora was zijn zuster. Liedewij en Jacob voedden Maria verder op en begeleidden haar. Jacob werd later getuige bij haar huwelijk met Johan en na haar dood voogd van de kinderen.
Johan en Maria moeten elkaar van jongs af aan gekend hebben. In 1601 trouwden zij met elkaar en woonden in de eerste jaren van hun huwelijk in datzelfde huis aan het Lange Voorhout. Zij bracht een enorm vermogen in het huwelijk mee.
Het echtpaar kreeg twee dochters, Theodora (1607–1679), genoemd naar Johans moeder, Theodora van Scherpenzeel, en Machteld (1608–1654), genoemd naar Maria’s moeder.
In 1610 werd hun zoon Arent geboren. Maria stierf een paar dagen na zijn geboorte.
Op het schilderij schittert Maria, toen jonge moeder van twee dochters, in pracht kledij, en zij is met kostbare sieraden behangen.
Sommige van die juwelen hebben symbolische betekenis: het diertje in haar haar, het is waarschijnlijk een salamander, was in die dagen het symbool van vurige liefde, liefde die nooit overgaat.
Zij draagt een gouden naald met daarop gegraveerd ‘j’espère den Dieu 1607’.
Er zijn twee ankers te zien in een zetting van smaragden. De smaragd is van oudsher de steen van de hoop.
Op het lijfje prijken verder twee ineen gestrengelde harten.
Die symbolen van geloof, hoop en liefde droeg zij bij zich.
Alle kleren en sieraden die Maria daar aan heeft zijn beschreven in haar testament, dat bewaard gebleven is. Zij wilde dat haar twee dochters dat alles zouden erven.1)
Maria behoorde door haar afkomst en haar huwelijk tot de hoogste kringen in Holland. Zij woonde in Den Haag, de stad van het hof en van de diplomaten, de stad van de regering waar geregeld vertegenwoordigers van alle Staten van de Republiek binnen stroomden om de vergaderingen van de Staten-Generaal bij te wonen.
In Amsterdam werden de vrouwen van de kooplieden, vermoedelijk velen van hen niet minder vermogend dan Johan en Maria, op een heel andere manier geportretteerd, met hun zwarte japonnen en wit gesteven kragen, ouder, ingetogener.
Eigenlijk weten we niet zoveel van Maria af. Wie en hoe ze was…
Alleen dit: het plezier om te laten zien dat ze er zijn mocht met haar jonge gezicht, haar volle haar en haar prachtige kleren en sieraden.
NOOT
1 Van der Klooster 1980