DE HERENBANKEN IN KATWIJK

Herenbanken in de hervormde kerk in Katwijk aan Zee: familiewapen

De heren van de beide Catwijcken en het Sant bezaten in hun dorpen, zowel aan de Rijn als aan de zee, het zogenaamde collatierecht, het recht om zich met de benoeming van de dominees te bemoeien. Zij waren opperkerkmeester. En in de kerken hadden zij hun eigen banken, versierd met het familiewapen.

Herenbanken in de hervormde kerk in Katwijk aan Zee

De relatie tussen die heren en de kerkbesturen zijn door de eeuwen heen meer en minder goed geweest maar toen Otto van Wassenaer (1823–1887) na de dood van zijn vader in 1858 de nieuwe heer van de beide Catwijcken en het Sant werd, ontstond een warme band met de kerken in zijn heerlijkheid.

Het was begonnen met een briefje van de diaconie van Katwijk aan Zee vlak na de dood van zijn vader. Ze hadden gehoord over een gift van 800 gulden van zijn vader maar hadden niets ontvangen. Otto kon uitleggen dat die gift voor de diaconie van Katwijk aan de Rijn bedoeld was geweest en schreef verder dat hij zich ook met de kerk van Katwijk aan Zee verbonden voelde.
In die tijd was hij nog luitenant der genie maar in 1854 werd hij burgemeester van Voorburg en trouwde in september van dat jaar met Jacqueline Adrienne Henriëtte Hoffmann. Later woonde het echtpaar in Den Haag, dichter bij Katwijk.
Jacquelines moeder, Cornelia Groen van Prinsterer, was de zuster van de bekende Guillaume Groen van Prinsterer, een van de voormannen van het Reveil en grondlegger van de protestants christelijke politiek. Hij en zijn vrienden van het Reveil hebben zich ingezet voor het protestants christelijk onderwijs, met name om voor de scholen dezelfde financiële ondersteuning te krijgen als het openbaar onderwijs ontving.
De families Hoffmann en Groen van Prinsterer waren gefortuneerd. Jacqueline kreeg voor haar 25ste verjaardag een eigen bewaarschool van haar ouders. De school werd gebouwd op een terrein in de Herenstraat in Voorburg. En niemand minder dan koningin Sophie, de eerste vrouw van koning Willem III, werd de beschermvrouwe en legde de eerste steen met een zilveren troffeltje.

De school kon in mei 1854, een paar maanden voor Jacquelines huwelijk met Otto, worden opgeleverd. Koningin Sophie was er weer bij. Zij opende de school en de dichter Isaac Da Costa, ook een der mannen van het Reveil, schreef een gedicht voor deze gelegenheid.
Jacqueline richtte later nog een zondagsschool op in hetzelfde gebouw voor de hoogste meisjesklas en gaf daar zelf les. Ook later, toen het echtpaar in Den Haag woonde, kwam zij daar voor over.

Jacqueline en Otto hebben nooit kinderen gekregen maar zij hebben zich hun hele leven gewijd aan het protestants christelijk onderwijs:
In Voorburg richtten zij een protestants christelijke school op, de Van Wassenaer-Hoffmann school.
En Katwijk?
In 1863 had Otto van de kerkenraad van Katwijk aan Zee gelukwensen voor zijn verjaardag ontvangen en hij antwoordde:
‘Dit jaar heeft zich tusschen de beide gemeenten van Katwijk en ons eene geestelijke gemeenschap geopen­ baard waarop wij hoogen prijs stellen en waarvan men in waarheid zeggen kan: ‘zie het oude is nieuw geworden’. Deze heiligd en verjeugdigd de eeuwenoude banden, die mijn geslacht aan de beide Katwijken verbindt’.

In 1864 werd aan Otto en Jacqueline gevraagd beschermheer en -vrouw te worden van de zondagsschool in Katwijk aan Zee. In Katwijk aan de Rijn was al een zondagsschool waar Jacqueline zelf heeft lesgegeven en in 1881 werd in Katwijk aan de Rijn een school met de bijbel opgericht, de ‘Otto baron van Wassenaer van Catwijck school’, waarvan Otto de beschermheer werd.

Ondertussen groeiden de protestantse gemeenten in de beide Katwijken. De kleine witte kerk van Katwijk aan Zee, de Andreaskerk, werd te klein voor zoveel mensen. Er ontstond een tekort aan de te verhuren zitplaatsen (het waren er achthonderd), mensen moesten staan en de diakenen konden zich met hun lange hengels voor de collecte nauwelijks door de menigte heen werken.
De kerkenraad schreef een brief aan Otto met de vraag of ze zijn bank zouden mogen verhuren omdat de familie toch meestal in Den Haag kerkte. Iemand had er 45 gulden voor geboden. Otto wilde dat niet, en bood aan in het vervolg zelf 45 gulden voor zijn bank te betalen.

Na lange jaren van wikken en wegen kwam in 1883 het grote besluit: we bouwen een nieuwe kerk.
En op Hemelvaartsdag 1885 werd na een korte dienst in de Oude Kerk de eerste steen gelegd door Jacqueline en maar liefst negen1 honderd kinderen van de zondagsscholen zongen daarbij liederen.*1

*1 Vooijs, Blom en Van Kruistum 2002: 95

Op 14 januari 1887 was de Nieuwe Kerk klaar. Het gebouw bevatte 1500 zitplaatsen die op twintig na alle verhuurd waren. En natuurlijk was er op een ereplaats, een prachtige nieuwe Van Wassenaerbank, de ‘Baronnenbank’, uit hout gesneden met de tekst en de wapendragers, de leeuw en de griffioen, en alle andere wapenversierselen eromheen.
Zonder de grote financiële en morele steun van Otto en Jacqueline was het waarschijnlijk nooit gelukt om de bouw van de kerk te voltooien. Als altijd bij zoiets waren er enorme tegenvallers geweest. En altijd sprongen ze weer bij met bijdragen of leningen.

Het eind van de inhuldigingspreek luidde aldus:
‘staren wij nog op de klok. Haar slaan make elk ijverig, tot er soms geen tijd meer zijn zal. Haar luiden make U indachtig.
Bij kerkdagen roept de klok bom! bom! En antwoordt ik kom, bij begrafenissen luidt die en doet ons denken aan den Spreuk: gedenk te sterven, bij feesten herinnert zij ons de wijding van het samenzijn.
Visschersgemeente! Als gij de baren klieft en terugdenkt, dan zij u dezen klok dierbaar bij den terugblik.
Spreekt met de tehuisblijvende af, dat ge op dit of dat uur, als de klok luidt of slaat bidden zult; dan gaan de gebeden der zielen samen op, al is men naar ’t ligchaam gescheiden.
De eerste steenen waren van den Ambachtsheer en Ambachtsvrouw, ook ’t laatste geschenk, de klok van hen.
Tusschen dit eerste en laatste liggen vele gebeden, vele gaven en gedachten ook.
Heer leer ons ouden en jongen onze dagen tellen, opdat wij een wijs hart bekomen, in den tijd de eeuwigheid leggen en geef velen deel uit te maken van uwe kudde trouwe herder Jezus Immanuel’


In de kerk in Katwijk aan de Rijn bevinden zich de zogenaamde Ambachtsherenbanken. Op 30 januari 1923 heeft de nieuwe heer van de beide Catwijken en het Sant, mr. O.J.E. van Wassenaer van Catwijck (1856–1939) met de kerkvoogden van die kerk een praktische overeenkomst gesloten: hij verleende kwijting van een schuld van f. 6000,- die nog openstond en zij verplichtten zich voor altijd die banken te onderhouden, schoon te maken en opnieuw in de verf te zetten indien nodig.

Herenbanken in de hervormde kerk in Katwijk aan de Rijn
Herenbanken in de hervormde kerk in Katwijk aan de Rijn: familiewapen

Geplaatst in Historie.